artikel Ineke Schwartz (journaliste Trouw)
Een van de oprichters van Memento reisde ooit naar Vlissingen om het graf van een vriendin te bezoeken. Tussen de vele, uniforme beelden kon ze het echter niet vinden. "Terwijl ik haar tussen honderd mensen onmiddellijk had herkend", zegt ze. "Ik vond het vreselijk. Het was een reden om zelf gedenkbeelden te gaan maken".
Iedereen die ooit iemand begraven heeft, weet uit ervaring hoe kil en onpersoonlijk de Nederlandse dodencultuur kan zijn. Over de dood wordt niet of nauwelijks gesproken. Een overledene krijg je zelden of nooit te zien. Begraafplaatsen liggen er ongenaakbaar bij met hun rijen uniforme graven, streng in het gelid. De talrijke rituelen, die ooit rond dood en begraven bestonden, zijn gereduceerd tot standaardprocedures. Dat is overigens pas sinds de jaren zestig zo. Dertig jaar geleden vonden we dit blijkbaar efficiënt en keurig netjes. Maar het blijkt akelig eenvormig en steriel. Geen wonder dat we tegenwoordig weer verlangen naar een meer persoonlijke manier van gedenken. Op tentoonstellingen bewonderen we bont beschilderde Ghanese doodskisten alsof het museumstukken zijn. Ze zijn zo fraai en zo persoonlijk. Op vakantie in Italië kijken we onze ogen uit wanneer we begraafplaatsen zien: wat een variëteit aan tombes, tempeltjes, engelen en kunstzinnig hekwerk. Ook oude Nederlandse begraafplaatsen, waar alle graven van elkaar verschillen en de beplanting welig tiert, vinden we mooi. Zo'n omgeving biedt tenminste ruimte en een passende sfeer voor rouw en herinnering.
Stichting Memento Gedenkbeelden is een groep kunstenaars, die gedenkbeelden maakt. Gedenkbeelden in de breedste zin van het woord; behalve sculpturen ook urnen. De kunstenaars, die zich sinds 1991 bij Memento aansloten, waren elk op hun manier geconfronteerd met de eenvormigheid van de huidige Nederlandse grafcultuur. Als zij hun vrije werk tentoonstelden, vroegen mensen hen wel eens om gedenkbeelden te maken. Door in te gaan op die vraag, betraden zij een nieuw gebied. Het ontwerpen en maken van een gedenkbeeld bleek een intensief proces; ontwikkeld in nauwe samenwerking met de opdrachtgevers, kon het zelfs de functie krijgen van een persoonlijk afscheidsritueel. Binnen de Stichting Memento Gedenkbeelden werden de activiteiten en know-how van kunstenaars op dit gebied gebundeld. Zo werkt Memento aan een hedendaagse vorm van gedenken.
Het lijkt heel bijzonder, kunstenaars die gedenkbeelden maken. Maar in feite pakt Memento de draad op van een traditie, die een tijdlang uit het zicht verdwenen was. Sinds mensenheugenis geven mensen vorm aan gedachten over rouw en dood. Musici schreven dodenmissen, architecten ontwierpen tombes en mausolea, kunstenaars maakten dodenmaskers, kisten, rouwsieraden en andere gedenkbeelden. Voor veel wereldberoemde kunstwerken was de dood de aanleiding. Denk maar aan de muurschilderingen, reliëfs en sarcofagen van de Egyptische dodencultus. Aan het befaamde graf van Michelangelo in Florence, omgeven door treurende figuren. Of aan het bekende praalgraf van 'onze eigen' Willem van Oranje in de Oude Kerk te Delft, ontworpen door Hendrick de Keyser. Ook ons land kende een rijke grafcultuur. Wie erop let, ontdekt overal grote en kleine gedenkbeelden. Praalgraven, grafdeksels, zerken en tombes - oude kerken staan en hangen er vol mee, evenals de begraafplaatsen, die na 1829 aan de rand van dorp of stad werden aangelegd. Voor kunstenaars was het een eer om een gedenkbeeld te mogen maken. Sommige waren er zelfs in gespecialiseerd. In de loop der tijd ontwikkelden ze een heel arsenaal aan symbolen. Zandlopers, levenslampen en uitgedoofde toortsen, om te wijzen op de tijdelijkheid van het leven. Schedels, lelies en treurende engelen. Leeuwen voor aan de voeten van een dapper man en hondjes voor de vrouw, als teken van huwelijkstrouw. Familiewapens en persoonlijke verwijzingen naar de overledene maakten elk gedenkbeeld uniek.
Bij die traditie sluit Memento aan. Vergeleken met vroeger zijn er echter een paar verschillen. Vroeger had de status van een persoonlijk monument zijn prijs. Alleen kerkvorsten, edellieden en steenrijke burgers konden het zich veroorloven. Buiten hen kwamen alleen volkshelden als Michiel de Ruyter voor een praalgraf in aanmerking. Tegenwoordig ligt dat anders. Iedereen krijgt een graf en een grafsteen, en voor een persoonlijk gedenkteken hoef je niet rijk te zijn of bevriend met een kunstenaar. Memento streeft ernaar om een gedenkbeeld niet meer te laten kosten dan een standaard graf steen uit de rouwcatalogus. Zo ligt een persoonlijk gedenkteken nu binnen ieders bereik.
Daar komt bij, dat in Nederland een bijzondere situatie is ontstaan. Tradities zijn er niet of nauwelijks meer - die zijn radicaal overboord gegooid. Maar dat heeft ook zijn positieve kanten. Er zijn nu meer mogelijkheden dan vroeger. Kruisen of engelen hoeven niet per se; we kunnen zoeken naar een eigen, persoonlijke manier van gedenken. We kunnen kiezen of we willen aansluiten bij tradities en daaruit nemen wat ons nu aanspreekt. We kunnen kijken naar gebruiken uit andere culturen en nieuwe, eigen vormen bedenken.
Memento bekijkt met de opdrachtgever wat het beste bij hem of haar past. Een abstract kunstwerk om te denken over dood en leven, of juist een heel intiem beeld, dat het gemis daadwerkelijk doet ervaren. Een speciaal, kleurrijk graf voor een kind. Misschien toch een afdekplaat, maar dan een eigentijdse. Sober of bont, groot of klein, in klassiek of modern materiaal - hedendaagse gedenktekens zijn even verschillend als de mensen voor wie ze gemaakt zijn. Weliswaar heeft elke gemeente voor begraafplaatsen eigen voorschriften, maar daarbinnen blijkt steeds meer mogelijk; tot nu toe zijn alle door Memento in opdracht vervaardigde beelden geplaatst. Sommige mensen bestellen zelfs tijdens hun leven al hun monument, en zetten dat in hun huis of tuin tot het tijdstip dat ze komen te overlijden. Ook dat was vroeger heel gewoon. De dood hoort immers bij het leven, en rouw en gedenken ook. Wie weet vinden we het binnenkort weer vanzelfsprekend om tijdens ons leven over doodgaan na te denken. In ieder geval is er steeds meer ruimte voor.
Ineke Schwartz